+31 (0) 172 26 30 94 info@alterlaw.nl
Verjaring, wat is dat en welke termijnen gelden er?
16 november 2021

Het is van belang om te weten welke wettelijke verjaringstermijnen gelden. In beginsel is dat twintig jaar, tenzij de wet anders bepaald. In veel gevallen bepaalt de wet anders. Als de vordering is verjaard, is de vordering niet meer opeisbaar. Het is dus altijd belangrijk om de termijnen in de gaten te houden indien u een vordering heeft en deze wilt opeisen. In dit artikel gaan we in op de meest voorkomende vorderingen.

Verjaring vs Verval

Bij verjaring verjaart het recht om de vordering op te eisen na een bepaalde periode. Bij verval vervalt het recht om de vordering op te eisen. Het verschil tussen verjaring en verval zit hem vooral in de verlenging van de termijn. Een verjaringstermijn kan namelijk gestuit worden waardoor de vordering rechtsgeldig opeisbaar blijft. Bij een vervaltermijn kan dit niet.

Verjaringstermijnen

Er bestaan veel verschillende soorten vorderingen. In beginsel is de algemene verjaringstermijn van een rechtsvordering twintig jaar ex artikel 3:306 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de wet anders bepaalt. In veel gevallen bepaald de wet anders, zoals hieronder zal worden weergegeven.

 

Vordering tot nakoming van een overeenkomst tot een geven of een doen

Bij een overeenkomst tot geven of doen verplicht de ene partij zich om iets te doen voor een andere partij. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een geldleningsovereenkomst die niet wordt nagekomen of een aannemingsovereenkomst waarbij de werkzaamheden niet binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd. Op grond van artikel 3:307 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek verjaart de vordering tot nakoming van een overeenkomt tot een geven of een doen na vijf jaar.

De verjaringstermijn bij deze rechtsvordering loopt vanaf het moment dat de rechtsvordering opeisbaar is geworden. Deze is opeisbaar geworden, indien de ene partij zich niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichting houdt.

Periodieke vordering

Bij een periodieke vordering gaat het om een vordering die op terugkerende tijdstippen herhaaldelijk moet worden gedaan. Een voorbeeld van een periodieke vordering is de betalingsverplichting van de huurder die voortvloeit uit de huurovereenkomst tussen huurder en verhuurder. Op grond van artikel 3:308 van het Burgerlijk Wetboek verjaart de periodieke vordering na vijf jaar.

De verjaringstermijn bij een periodieke vordering gaat in op de dag na de dag waarop de periodieke vordering opeisbaar is geworden.

Vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling

Bij een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling gaat het erom dat de ene partij een bepaald bedrag heeft gestort op de rekening van een andere partij, maar dat dit bedrag helemaal niet verschuldigd was aan die partij. Denk bijvoorbeeld aan het te veel betalen of het storten van het geld op een verkeerde bankrekening. 

Op grond van artikel 3:309 van het Burgerlijk Wetboek verjaart de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling na vijf jaar. De verjaringstermijn bij een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling gaat in op het moment dat de schuldeiser (degene die onverschuldigd heeft betaald) bekend is met de vordering en de identiteit van de ontvanger.

Het kan ook voorkomen dat de schuldeiser nooit bekend wordt met de vordering. Dan verjaart de vordering in ieder geval 20 jaar na het ontstaan van de vordering, ongeacht of de schuldeiser bekend was met de vordering.

Vordering tot schadevergoeding of bedongen boete

Bij de vordering tot schadevergoeding of bedongen boete gaat het om de vorderingen uit hoofde van alle wettelijke schadevergoedingsgronden. Denk hier bijvoorbeeld aan wanprestatie ex artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek of de onrechtmatige daad ex artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.

Op grond van artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering tot schadevergoeding of bedongen boete in beginsel na vijf jaar. Er zijn voor een aantal schadevergoedingsgronden afwijkende bepalingen opgenomen. Zo verjaart een vordering uit hoofde van milieuschade en schade door gevaarlijke stoffen na dertig jaar. Ook voor schade als gevolg van een misdrijf gelden afwijkende bepalingen.

De verjaringstermijn bij een vordering tot schadevergoeding of bedongen boete gaat in op het moment dat diegene bekend is met de omvang van de schade en de identiteit van de aansprakelijke partij.

Vordering tot ontbinding, herstel of ongedaanmaking

Bij een vordering tot ontbinding, herstel of ongedaanmaking kan je denken aan een overeenkomst die wordt ontbonden. Door de ontbinding van de overeenkomst ontstaat er een ongedaanmakingsverbintenis. Wat partijen hebben ontvangen en hebben gegeven moeten zij dan aan elkaar teruggeven. Indien dit niet wordt gedaan door een van de partijen ontstaat er een rechtsvordering.

Op grond van artikel 3:111 van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering tot ontbinding, herstel of ongedaanmaking na vijf jaar. De verjaringstermijn begint te lopen op de dag volgend op de dag dat de schuldeiser (degene die iets te vorderen heeft) bekend is geworden met de tekortkoming in de nakoming.

Vordering inzake productaansprakelijkheid

Er is sprake van een vordering inzake productaansprakelijkheid indien het product gebrekkig is. Gebrekkig betekent in het algemeen dat er sprake is van een onveilig product. De productaansprakelijkheid is terug te vinden in de artikelen 6:185 van het Burgerlijk Wetboek e.v.

Op grond van artikel 6:191 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering inzake productaansprakelijkheid na drie jaar. De verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de benadeelde (degene met het gebrekkige product) bekend is of bekend had moeten worden met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent.

Vordering tot betaling van de koopsom bij consumentenkoop

Een consumentenkoop is de koop van een roerende zaak, iets tastbaars, tussen een professionele verkoper en een koper die niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.

Op grond van artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering tot betaling van de koopsom bij een consumentenkoop na twee jaar. De verjaringstermijn vang aan vanaf het moment dat de betaling van de koopprijs opeisbaar is geworden.

Vordering op een verzekeraar tot het doen van een uitkering

Bij een vordering op een verzekeraar tot het doen van een uitkering verjaart op grond van artikel 7:942 van het Burgerlijk Wetboek na drie jaar. De verjaringstermijn gaat in op het moment dat de gerechtigde (degene die de uitkering ontvangt) bekend is geworden met de opeisbaarheid van de vordering.

Vordering uit hoofde van een gerechtelijk vonnis

Op grond van artikel 3:324 van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering uit hoofde van een gerechtelijk vonnis na twintig jaar. Deze termijn geldt ook indien voor de verjaring van de daaraan ten grondslag liggende vordering een kortere verjaringstermijn gold. Deze verjaringstermijn geld alleen voor uitspraken die een veroordeling inhouden.

De verjaringstermijn van een vordering uit hoofde van een gerechtelijk vonnis vangt aan na de aanvang van de dag volgende op die van de uitspraak.

Vordering tot vernietiging van een rechtshandeling

Op grond van artikel 3:52 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek verjaart een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling in geval van misbruik van omstandigheden en bedreiging na drie jaar. De verjaringstermijn gaat in vanaf het moment dat de invloed heeft opgehouden te werken. Dit houdt in dat er geen sprake meer is van de bedreiging of het misbruik.

Op grond van lid 1 sub c van bovengenoemd artikel verjaart een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling in geval van bedrog, dwaling of benadeling na drie jaar. De verjaringstermijn gaat in vanaf het moment dat het bedrog, de dwaling of de benadeling is ontdekt. 

Op grond van lid 1 sub a van bovengenoemd artikel verjaart een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling in geval van onbekwaamheid na drie jaar. De verjaringstermijn gaat in vanaf het moment dat de onbekwaamheid is geëindigd of indien de onbekwame een wettelijke vertegenwoordiger heeft, drie jaar nadat de handeling ter kennis van de wettelijke vertegenwoordiger is gekomen.

Op grond van lid 1 sub d van bovengenoemd artikel verjaart een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling in alle andere gevallen na drie jaar. De verjaringstermijn loopt vanaf het moment dat de bevoegdheid ten dienste is komen te staan.

Heeft u een vraag naar aanleiding van het bovenstaande of heeft u te maken met een casus waarbij u de verjaringstermijn niet kunt opmaken uit het bovenstaande verhaal? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Over de auteur

Nurlan Agayev

Nurlan Agayev

LLM

Nurlan Agayev is specialist op het gebied van claims, incasso en contracten bij Alterlaw.
Sydney Vooijs

Sydney Vooijs